E-invoicing in Nederland

Nederland kent nog geen algemene B2B-verplichting voor e-facturatie. B2G is al verplicht. Vanaf juli 2030 verplicht ViDA e-facturatie en digitale rapportage voor relevante grensoverschrijdende B2B-transacties. Een binnenlandse B2B-verplichting wordt onderzocht.

e-invoicing-nederland

E-invoicing in Nederland: wat bedrijven moeten weten

Nederland loopt op dit moment een andere route dan landen als België, Polen en Italië. Voor reguliere binnenlandse B2B-transacties bestaat nog geen algemene wettelijke verplichting om gestructureerde elektronische facturen te gebruiken.

Ondernemingen kunnen onderling wel vrijwillig e-factureren. Hiervoor wordt in Nederland onder meer gebruikgemaakt van Peppol, maar ook andere vormen van elektronische factuuruitwisseling zijn mogelijk.

Voor facturatie aan de overheid ligt dat anders. Leveranciers aan de Rijksoverheid moeten een e-factuur sturen. Ook gemeenten, provincies, waterschappen en andere aanbestedende organisaties moeten gestructureerde elektronische facturen kunnen ontvangen en verwerken en kunnen het gebruik daarvan in hun inkoopvoorwaarden verplicht stellen.

De komende jaren gaat deze situatie veranderen. Door VAT in the Digital Age (ViDA) wordt gestructureerde e-facturatie vanaf 1 juli 2030 verplicht voor relevante grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de Europese Unie. De factuurgegevens vormen dan bovendien de basis voor digitale btw-rapportage.

Nederland onderzoekt daarnaast of ook voor binnenlandse B2B-transacties verplichte e-facturatie en digitale rapportage worden ingevoerd. Over de precieze reikwijdte, infrastructuur en invoeringsdata is nog geen definitief besluit genomen.

Wat is in Nederland een e-factuur?

Bij e-facturatie wordt een factuur als gestructureerde elektronische data vanuit het financiële systeem van de leverancier naar het systeem van de afnemer gestuurd. De gegevens staan op vaste plaatsen en kunnen daardoor automatisch worden herkend en verwerkt.

Een e-factuur bevat in essentie dezelfde financiële en fiscale informatie als een traditionele factuur, zoals:

  • gegevens van leverancier en afnemer;
  • factuurnummer en factuurdatum;
  • geleverde goederen of diensten;
  • bedragen;
  • btw-tarieven en btw-bedragen;
  • betaalgegevens;
  • eventuele order- en andere referenties.

Het verschil zit vooral in de structuur. Een financieel systeem hoeft de factuurgegevens niet eerst uit een document te herkennen of handmatig over te nemen, maar kan ze rechtstreeks verwerken.

Is een pdf per e-mail een e-factuur?

In het dagelijkse taalgebruik worden digitale facturen en e-facturen nog regelmatig door elkaar gehaald. Voor gestructureerde e-facturatie is het onderscheid echter belangrijk.

Een pdf-factuur per e-mail is een digitale factuur. De factuur is digitaal leesbaar, maar de gegevens zijn niet noodzakelijk in een vaste structuur beschikbaar voor automatische verwerking door het financiële systeem van de ontvanger.

Bij een gestructureerde e-factuur worden de factuurgegevens als bijvoorbeeld XML uitgewisseld. De ontvangende software weet daardoor direct welke waarde het factuurnummer is, wie de leverancier is, welk btw-tarief geldt en welke bedragen moeten worden verwerkt.

Voor e-facturatie aan de Rijksoverheid is een reguliere pdf daarom geen e-factuur. Ook de toekomstige ViDA-regels gaan uit van een gestructureerd elektronisch formaat dat automatische elektronische verwerking mogelijk maakt.

Is B2B e-facturatie al verplicht in Nederland?

Nee. Voor reguliere binnenlandse B2B-transacties bestaat in Nederland in 2026 nog geen algemene verplichting om gestructureerde elektronische facturen te verzenden of ontvangen.

Onder de huidige Nederlandse btw-regels kunnen ondernemingen vrijwillig elektronisch factureren. De afnemer moet het gebruik van elektronische facturatie daarbij aanvaarden.

Dat betekent dat ondernemingen onderling nog gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld papier, pdf of gestructureerde e-facturen, zolang wordt voldaan aan de wettelijke factuureisen.

In de praktijk neemt het gebruik van gestructureerde e-facturatie wel toe. Grote ondernemingen, softwareleveranciers en organisaties die al met de overheid of buitenlandse entiteiten e-factureren, maken steeds vaker gebruik van Peppol en andere geautomatiseerde uitwisselingskanalen.

E-facturatie aan de Nederlandse overheid

Voor de publieke sector is e-facturatie al veel verder ontwikkeld.

Leveranciers die goederen of diensten leveren aan de Rijksoverheid moeten een gestructureerde elektronische factuur sturen. Voor nieuwe inkoopovereenkomsten van de Rijksoverheid geldt deze verplichting al sinds 2017.

Sinds 18 april 2019 moeten Nederlandse aanbestedende diensten en andere organisaties waarop de Europese regels voor overheidsopdrachten van toepassing zijn bovendien elektronische facturen kunnen ontvangen en verwerken die voldoen aan de Europese norm.

Daaronder vallen naast onderdelen van de Rijksoverheid bijvoorbeeld:

  • gemeenten;
  • provincies;
  • waterschappen;
  • andere publieke instellingen en aanbestedende diensten.

Decentrale overheden kunnen leveranciers op basis van hun contract- en inkoopvoorwaarden eveneens verplichten om een e-factuur te sturen.

Welke rol speelt Peppol in Nederland?

Peppol speelt een centrale rol in de Nederlandse infrastructuur voor gestructureerde factuuruitwisseling. Het netwerk wordt al veel gebruikt voor elektronische facturen tussen leveranciers en overheidsorganisaties en kan ook vrijwillig voor B2B-transacties worden gebruikt.

Peppol werkt volgens een interoperabel netwerkmodel. De leverancier sluit aan bij een Peppol-serviceprovider en de afnemer kan een andere serviceprovider gebruiken. Via het netwerk kunnen beide partijen vervolgens gestandaardiseerde elektronische berichten met elkaar uitwisselen.

Een onderneming hoeft daardoor niet voor iedere klant of leverancier een afzonderlijke technische verbinding te realiseren. Met één aansluiting kan zij communiceren met andere deelnemers die via Peppol bereikbaar zijn.

De Nederlandse Peppolautoriteit (NPa) is verantwoordelijk voor de regie en het beheer van Peppol in Nederland en houdt toezicht op de erkende Nederlandse Peppol-serviceproviders.

Welke e-factuurstandaarden worden in Nederland gebruikt?

De Nederlandse infrastructuur sluit aan op de Europese norm EN 16931. Deze norm beschrijft het semantische gegevensmodel van een elektronische factuur: welke informatie een e-factuur bevat en wat de betekenis van die gegevens is.

Binnen het Nederlandse Peppol-verkeer worden onder meer de volgende standaarden gebruikt:

  • Peppol BIS Billing 3.0;
  • NLCIUS / SI-UBL 2.0.

NLCIUS bevat Nederlandse toepassingsregels voor elektronische facturen die aansluiten op de Europese norm. Peppol BIS Billing 3.0 wordt internationaal breed gebruikt en kan ook voor facturatie binnen Nederland worden toegepast.

Voor internationale organisaties is dit relevant omdat EN 16931 ook onder de toekomstige Europese e-facturatieregels een belangrijke rol speelt. Nationale toepassingen kunnen aanvullende regels bevatten, maar worden steeds meer op hetzelfde Europese semantische model gebaseerd.

Peppol is nu nog geen algemene Nederlandse B2B-verplichting

Dat Nederland Peppol al gebruikt, betekent niet dat iedere Nederlandse onderneming zich momenteel verplicht op Peppol moet aansluiten.

Voor reguliere binnenlandse B2B-transacties is Peppol nog vrijwillig. Een onderneming kan zelf of samen met handelspartners besluiten het netwerk te gebruiken voor geautomatiseerde factuuruitwisseling.

Voor de publieke sector wordt Peppol wel breed ingezet. In 2025 ontving de Rijksoverheid 86% van haar facturen elektronisch; ongeveer de helft daarvan kwam via het Peppol-netwerk binnen.

Hierdoor beschikt Nederland al over een bestaande infrastructuur, serviceproviders en softwarekoppelingen waarop een toekomstige bredere invoering van e-facturatie kan voortbouwen.

Wat verandert er door ViDA?

VAT in the Digital Age (ViDA) verandert de Europese btw-regels ingrijpend. Voor e-facturatie en digitale rapportage ligt de belangrijkste datum op 1 juli 2030.

Vanaf die datum worden voor relevante grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de Europese Unie gestructureerde elektronische facturen de norm. Ondernemingen moeten gegevens van deze transacties bovendien digitaal aan de belastingautoriteiten rapporteren.

De huidige periodieke rapportage van intracommunautaire transacties verschuift daarmee richting rapportage op transactieniveau. Factuurgegevens worden veel sneller beschikbaar voor de betrokken belastingdiensten.

Voor een Nederlandse onderneming betekent dit bijvoorbeeld dat relevante B2B-transacties met ondernemingen in Duitsland, België, Frankrijk of andere EU-lidstaten vanaf 2030 onder het geharmoniseerde Europese e-facturatie- en rapportagemodel kunnen vallen.

ViDA gaat daarmee verder dan alleen elektronische factuuruitwisseling. De gestructureerde factuur wordt tevens een belangrijke bron voor digitale VAT reporting.

En binnenlandse B2B-transacties?

ViDA verplicht Nederland niet om dezelfde digitale rapportageverplichting ook voor alle binnenlandse B2B-transacties in te voeren. Lidstaten kunnen daar zelf beleidskeuzes in maken.

Nederland onderzoekt echter nadrukkelijk of het wenselijk is om de nieuwe infrastructuur breder te gebruiken en ook binnenlandse B2B-e-facturatie en digitale rapportage verplicht te stellen.

In opdracht van de ministeries van Financiën, Economische Zaken en Binnenlandse Zaken is daarom onderzoek gedaan naar de meest geschikte Nederlandse aanpak. Het onderzoeksrapport is begin 2026 gepubliceerd.

De onderzoekers adviseren om niet alleen de verplichte Europese grensoverschrijdende transacties te digitaliseren, maar uiteindelijk een bredere Nederlandse e-facturatie- en rapportageomgeving te creëren.

Het kabinet heeft aangegeven dit advies nadrukkelijk mee te wegen. Een definitief besluit over een algemene binnenlandse B2B-verplichting is echter nog niet genomen.

Wordt Peppol straks verplicht in Nederland?

Ook hierover is nog geen definitief politiek besluit genomen.

Het in 2026 gepubliceerde onderzoek adviseert wel om voor toekomstige Nederlandse e-facturatie één duidelijke infrastructuur voor te schrijven en noemt Peppol als de meest logische keuze.

Het advies is om daarbij uit te gaan van:

  • Peppol als netwerk;
  • EN 16931 als Europese factuurnorm;
  • factuurgegevens die aansluiten op de datavelden van ViDA;
  • een koppeling tussen factuuruitwisseling en toekomstige digitale rapportage.

Een belangrijke reden daarvoor is dat de infrastructuur al bestaat. De Rijksoverheid, verschillende andere publieke organisaties, softwareleveranciers, serviceproviders en ondernemingen maken al gebruik van Peppol.

Daarnaast sluit hetzelfde netwerk aan op ontwikkelingen in andere landen. België gebruikt Peppol bijvoorbeeld al voor verplichte B2B-e-facturatie en ook andere Europese landen kiezen voor Peppol-gebaseerde modellen.

Het onderzoeksadvies is echter geen vastgesteld Nederlands mandaat. Onder meer governance, cybersecurity, identificatie, privacy, schaalbaarheid en de precieze rol van serviceproviders moeten verder worden uitgewerkt voordat een definitieve keuze kan worden gemaakt.

Van vier naar vijf of zes corners?

Het huidige Peppol-model voor factuuruitwisseling wordt vaak beschreven als een viercornermodel:

  1. de leverancier;
  2. de serviceprovider van de leverancier;
  3. de serviceprovider van de afnemer;
  4. de afnemer.

Digitale btw-rapportage voegt daar een nieuwe dimensie aan toe. De belastingdienst moet een voorgeschreven subset van de factuurgegevens ontvangen.

Binnen Europese pilots wordt daarom onderzocht hoe fiscale rapportage vanuit dezelfde interoperabele infrastructuur kan plaatsvinden. Bij een binnenlandse transactie kan de belastingdienst als aanvullende partij in het model worden opgenomen. Bij een grensoverschrijdende transactie zijn ook de belastingautoriteiten van de betrokken lidstaten onderdeel van de gegevensketen.

Daarom wordt in de context van ViDA ook gesproken over vijf- en zescornermodellen. Het uitgangspunt blijft daarbij dat de commerciële factuur tussen leverancier en afnemer wordt uitgewisseld, terwijl de relevante fiscale gegevens parallel aan de belastingautoriteiten worden verstrekt.

E-facturatie en digitale VAT reporting zijn niet hetzelfde

Het onderscheid tussen beide begrippen is ook voor Nederland belangrijk.

E-facturatie gaat over de elektronische factuur die leverancier en afnemer met elkaar uitwisselen. De gegevens zijn gestructureerd zodat financiële systemen deze automatisch kunnen verwerken.

Digitale rapportage gaat over de gegevens die vanuit die transacties aan de belastingdienst worden verstrekt.

Een land kan daardoor verplichte e-facturatie invoeren zonder direct alle binnenlandse factuurgegevens realtime aan de belastingdienst te laten rapporteren.

Juist die gefaseerde aanpak wordt voor Nederland onderzocht: eerst gestructureerde e-facturatie breed invoeren en de binnenlandse digitale rapportage eventueel later toevoegen.

De mogelijke Nederlandse aanpak

Het onafhankelijke onderzoek dat begin 2026 aan het kabinet is aangeboden adviseert een gefaseerde invoering.

De voorgestelde planning is:

  • 1 januari 2030: verplichte e-facturatie voor binnenlandse B2B-prestaties van in Nederland gevestigde ondernemers;
  • 1 juli 2030: verplichte e-facturatie en digitale rapportage voor intracommunautaire en bepaalde andere grensoverschrijdende transacties, zoals voorgeschreven door ViDA;
  • tussen 1 januari en 1 oktober 2032: mogelijke invoering van digitale rapportage voor binnenlandse B2B-transacties.

Deze data voor binnenlandse transacties zijn aanbevelingen uit het onderzoek en zijn nog geen wettelijke invoeringsdata.

Het voordeel van deze fasering is dat ondernemingen eerst ervaring kunnen opdoen met gestructureerde e-facturatie voordat ook binnenlandse transactionele btw-rapportage wordt ingevoerd.

Heeft Nederland al realtime VAT reporting?

Nederland kent momenteel geen algemeen Continuous Transaction Control-model waarbij iedere binnenlandse B2B-factuur realtime of vrijwel realtime aan de Belastingdienst wordt gerapporteerd.

Daarmee verschilt Nederland duidelijk van landen als Italië, Roemenië, Hongarije en Griekenland, waar belastingdiensten al veel sneller over gegevens van individuele transacties beschikken.

Nederland werkt nog voornamelijk met periodieke btw-aangiften en bestaande aanvullende rapportages, waaronder de Opgaaf intracommunautaire prestaties voor relevante EU-transacties.

ViDA verandert dit vanaf 2030 voor relevante grensoverschrijdende transacties. Indien Nederland vervolgens ook binnenlandse digitale rapportage invoert, verschuift het Nederlandse btw-stelsel verder richting transactionele VAT compliance.

Wat betekent dit voor internationale organisaties?

Voor Nederlandse concerns is de Nederlandse invoeringsdatum maar een deel van het verhaal.

Een onderneming kan in Nederland nog geen algemene B2B-e-facturatieplicht hebben, terwijl dochterondernemingen in andere landen daar al wel mee te maken hebben. Zo bestaan inmiddels verschillende verplichte modellen in onder meer België, Frankrijk, Polen, Italië, Roemenië, Griekenland en Kroatië.

Daarbij verschilt niet alleen het moment waarop e-facturatie verplicht wordt, maar ook de technische infrastructuur. Sommige landen gebruiken Peppol, andere werken met gecertificeerde platformen of met een centraal overheidsplatform.

Vanaf 2030 komt daar een geharmoniseerde Europese laag voor grensoverschrijdende B2B-transacties bovenop.

Voor internationale organisaties ontstaat daardoor steeds meer behoefte aan een e-facturatie-infrastructuur die vanuit dezelfde ERP- en financiële processen verschillende nationale factuurformaten, netwerken en fiscale rapportagemodellen kan ondersteunen.

De Nederlandse roadmap voor e-facturatie

De belangrijkste ontwikkelingen zijn:

  • 1 januari 2017: leveranciers bij nieuwe inkoopovereenkomsten met de Rijksoverheid moeten elektronisch factureren.
  • 18 april 2019: Nederlandse aanbestedende diensten moeten gestructureerde elektronische facturen conform de Europese norm kunnen ontvangen en verwerken.
  • 2019–2026: gebruik van Peppol voor B2G- en vrijwillige B2B-e-facturatie groeit verder.
  • 14 april 2025: de nieuwe ViDA-regels maken het voor lidstaten eenvoudiger om zelfstandig verplichte binnenlandse e-facturatie in te voeren.
  • 23 januari 2026: onderzoek naar Nederlandse e-facturatie en digitale rapportage adviseert brede invoering en noemt Peppol als voorkeursinfrastructuur.
  • 10 maart 2026: het kabinet stuurt het onderzoek aan de Tweede Kamer en kondigt verdere besluitvorming over binnenlandse e-facturatie en rapportage aan.
  • Vierde kwartaal 2026: een internetconsultatie over het conceptwetsvoorstel voor e-facturatie en digitale rapportage is aangekondigd.
  • 1 januari 2030: door de onderzoekers voorgestelde datum voor verplichte binnenlandse B2B-e-facturatie; deze datum is nog niet wettelijk vastgesteld.
  • 1 juli 2030: ViDA introduceert verplichte e-facturatie en digitale rapportage voor relevante grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de EU.
  • 2032: door de onderzoekers voorgestelde periode voor mogelijke invoering van binnenlandse digitale rapportage; ook deze planning is nog niet wettelijk vastgesteld.

Wat betekent dit voor organisaties?

Voor Nederlandse organisaties bestaat vandaag nog geen algemene verplichting om alle binnenlandse B2B-facturen als gestructureerde e-factuur uit te wisselen. De richting voor de komende jaren is echter duidelijk: gestructureerde factuurdata krijgen een steeds centralere plaats binnen zowel financiële processen als VAT compliance.

Vanaf 2030 is dat voor relevante grensoverschrijdende EU-transacties geen keuze meer. Tegelijkertijd onderzoekt Nederland of dezelfde basis ook voor binnenlandse transacties wordt gebruikt.

De Nederlandse uitgangspositie verschilt daarbij van veel andere landen. Er hoeft geen volledig nieuwe e-facturatie-infrastructuur vanaf nul te worden opgebouwd. Peppol, EN 16931, de Nederlandse Peppolautoriteit en bestaande koppelingen met ERP- en boekhoudsoftware vormen al een operationele basis.

De belangrijkste open vraag is daardoor niet óf e-facturatie een grotere rol krijgt, maar hoe breed Nederland de verplichting maakt, vanaf welk moment en hoe de factuuruitwisseling uiteindelijk wordt gekoppeld aan digitale btw-rapportage.

Your Finance in flow

Office of the CFO-oplossingen voor e-invoicing, purchase to pay, order to cash en financial planning & analysis.